fbpx

Column Charlotte Beumer - maart 2021

Toch John? Toch...?

“Zo, nou. En hoe gaat het met jullie?”

Met zijn heerlijk ontwapenende Barry Stevens-accent laat hij direct de grijze-ochtend-wolken verdwijnen, deze Amerikaanse schoolpleinvader. Zijn gezicht lijkt altijd te lachen.
Zijn kleuterzoon, in dezelfde klas als die van mij, die heeft dat ook.

Iedereen staat maar een potje stuurs voor zich uit te zwijgen, ieder verpakt in z’n eigen verhaal, maar hij wil weten hoe het gaat.
Ja, denk ik bij mezelf. Goeie vraag. Hoe gaat het eigenlijk?
In een split-second gaat er van alles door me heen. Gevoelens en emoties kolken rond als de trucks en koeien in de film Twister.
Tegelijkertijd sla ik aan het filteren. Want wat zeg ik allemaal wél en wat zeg ik vooral níet aan de deur van de school, tegen iemand die ik amper ken?

**
‘Nou, John, zo heet je toch, John? Ja. Nou, John, weet je. Ik loop soms zó over van de energie die ik niet kwijt kan, ook al wandel ik me een slag in de rondte, ook al heb ik een bokszak en stootkussens en kettlebells, dat ik me gewoon geen raad weet.

Ik heb zin om te vechten, John. Zin om te slopen en zin om te beuken.
Ik, ooit zo zachtmoedig dat ik me liet terroriseren door klasgenootjes op het schoolplein, dat ik me liet onderdrukken door een man die zei van me te houden, dat ik me op mijn kop liet zitten door mijn werkgever, ik heb zin om dingen aan gort te slaan en aan stukken te trappen.
Ik heb zin om naar de groene hel te gaan, mijn bokshandschoenen aan te trekken en iemand voor z’n bek te slaan, of dat in elk geval te proberen.

Ik heb zin in een grondgevecht met iemand die net iets groter en zwaarder en sterker is dan ik, zodat ik hard moet werken, zodat, halló John, ben je er nog? Luister je..?
… Zodat de lucht met kracht uit mijn longen wordt geperst, zodat ik een paar seconden lang geen adem krijg, de adrenaline door mijn lijf giert, zodat mijn vechtlust en overlevingsdrang maximaal oplopen, zodat dat vuur in me aangaat en ik grommend bovenkom, of níet, en dat is dan ook oké.

Ik heb zin om te schreeuwen, zin om te gillen, zin om los te gaan. Zin om te scheuren, te breken, om woest te worden.
Maar waarop, John? Op wie?

Het is allemaal zo ongrijpbaar, zo onaantastbaar, zo frustrerend ver ‘out of my hands’. Het is soms alsof golven me overspoelen, John. Alsof er steeds een stukje meer van mijn wereld wordt afgeknabbeld en weggenomen. Herken je dat? Heb jij dat ook?
En ik weet wat ik dan kan doen, ik kan dan de ‘Fuck it happy game’ spelen, omdat ik weet dat ík degene ben die over mijn Blij gaat, en niets en niemand anders. Ik kan positieve-aspecten-lijsten maken, John, kilometers lang. Ik weet hoe dat moet. Ik ben er goed in, in het Blij vinden, in de happy vibes, in het tellen van mijn zegeningen.

Weet je dat hier een paar weken geleden rellen waren aangekondigd? Mijn lief-lieve pleintje, met de bakker en de visboer en de bloemenman en de kapper; volgens de berichten die rondgingen op social media moest alles kapot. Toen kwam het ineens wel erg dichtbij.
En weet je, John, ik snap het, maar ik begrijp er geen zak van.
Want snappen hoe iets werkt en er begrip voor hebben, dat zijn twee totaal verschillende dingen.

Maar oh,
hey John, joehoe, ben je er nog?
Oh wat mis ik het ongelimiteerde knuffelen, het gedachteloze aanraken, het onversneden, uitzinnige en soms juist ingetogen contact. Het overal naartoe, het alles doen, het palet aan keuzes, de ijssalon aan opties mét slagroom, spikkels, met discodip.
Weet je wat het is, John? Weet je waar het op neerkomt? Ik kan mijn Oer niet kwijt. Die primaire energie, weet je wel? Dat uit de bocht, dat uit de band, dat ongeremd, dat Groots en Meeslepend.

Ja, ik dans nog steeds in de keuken, terwijl ik het gasfornuis afsop na het koken. Ik dans dan met hij-van-6 en met zij-van-9. En dat is heus leuk, John. Echt. Maar het is totaal wat anders dan me in een kek jurkje hijsen en een panty en mijn laarzen en dan make up op en met andere grote mensen in een blije kluwen een hele nacht losgaan op een dansvloer.

De balans is weg. Waar de een zonder partner of kinderen of sociale contacten of werk stelselmatig zit te vereenzamen, wordt de ander helemaal geschift van alle prikkels, van voortdurend mensen in z’n aura, van de hele tijd geluid, gevraag, ge-waarom, geklets, geouwehoer.
Wanneer heb jij voor het laatst de middenweg nog gezien?

En weet je waar ik moe van word, John?
Hey, John, hállo, ik was nog niet klaar hè, ja JIJ wilde weten hoe het ging, ja toch? Nou dan.
Waar was ik gebleven… oh ja.
Waar ik dus moe van word is dat voortdurende schakelen. Dat de hele tijd maar denken, plannen, puzzelen, schuiven, het regelen van noodscenario’s, het sjeffen van Plan B tot en met Z voor ‘het geval dát’.
Scholen dicht: dingen regelen. Scholen weer open, maar toch niet, want, drie meter sneeuw: dingen regelen. Scholen wél weer open, maar om onnavolgbare reden kinderen een uur eerder vrij: dingen regelen.

En weet je dat ik dat dus miste, op die eerste schooldag, dat van dat uur eerder vrij?
Dat ik om twee uur een appje kreeg met ‘je dochter zoekt je!’?
Dat ik de mail wel had gelezen, maar die dag nog zo’n 1.800 andere mails had ontvangen, die stuk voor stuk aandacht of actie vereisten?
En dat het me een verdomd grote krachtinspanning kostte om mezelf geen grote faalhaas te vinden, om mezelf te vergeven? Want welke moeder laat haar kinderen nu op het schoolplein staan?
Het is een harde stok om mee te slaan, die helaas maar al te vertrouwd en lekker in de hand ligt.

En weet je wat er zo van mijn werkdagen overblijft, John? Bitter weinig. En natuurlijk tel ik ook hier weer mijn zegeningen, heus. Twee van die zegeningen wonen bij mij om de hoek en dat zijn, naast de liefste ouders, ook de fijnste opa en oma die ik me kan wensen. Dus ik tel me suf, John. Echt.

Want weet je: ik heb leuke kinderen zonder probleemgedrag, ik zit niet voortdurend in een hok vol conflicten. Ik heb geen neigingen naar drugs of drank en ik hoef het allemaal niet alleen te doen.
Ik had niet nét geïnvesteerd in een kroeg of restaurant, ik ben niet failliet en ik lig niet wakker van de stress. Ik vereenzaam niet, ik ben gezond, en dat geldt ook voor iedereen die ik liefheb. Ik heb een opleiding af weten te ronden en in no time had ik een draaiende praktijk.
En dat is dan meteen ook weer best wel ingewikkeld.

Want ik vind het best wel moeilijk om te delen. Om te delen dat mijn rek eruit is, dat ik soms overweeg om mijn kinderen ergens langs de A9 af te zetten, dat mijn lontje zo nu en dan zo kort is dat ik me afvraag of ik überhaupt nog wel een lontje heb. En dat delen vind ik dan lastig, John, omdat ik eigenlijk vind dat ik daar geen recht op heb.
Want ándere mensen, die zijn doodziek, of ze gaan dood, of hun geliefden. Die gaan failliet, stuk, kapot. Díe hebben het pas zwaar. En daarbij valt mijn ‘ik wou dat ik naar de krav-school kohohon!’ in het niet.
Dus wat ik voel, dat zijn ‘luxeproblemen’. Toch, John?

Maar dat neemt niet weg dat ik het wél voel.
De twijfels over wat er gaande is in de wereld. Al die al of niet verborgen agenda’s. Al die kampen, de mensen die elkaar tegenspreken, al die argumenten waarvan er vele op hun manier toch wel hout snijden, al die zelfuitgeroepen experts. De bubbels waar we noodgedwongen in zitten, de losse eilandjes die met elke golfslag steeds verder afgekalfd raken, die in de ogen van velen steeds kleiner worden, krapper, benauwd.
Het overgeleverd zijn aan wet- en regelgeving, aan nieuwe spelregels die vaak veranderen, aan maatregelen waarvan ik vaak heus wel maar soms ook totaal niet het nut inzie.

Ik weet dondersgoed wat ik zeg tegen een ander, die hiermee rondloopt.
Dan zeg ik: natúúrlijk mag jouw gevoel er zijn, natúúrlijk is jouw gevoel net zo legitiem als dat van een ander, natúúrlijk is het geen wedstrijd in ‘wie heeft het meeste leed’, natúúrlijk mag jij delen. Deel! Want sharing is caring!

En dat mag ik vervolgens dan dus ook tegen mezelf zeggen. Ik ken de tools. Ik geef ze aan anderen, nota bene. Ik ken de muren. En toch loop ik er zelf ook wel eens tegen aan. En dat kan gebeuren. Het is oké. Een tandarts moet immers zelf ook wel eens naar de tandarts.

Laat schreef ik, voorzichtig, met mijn wijsvingernagel, ‘alles komt goed’ in het laagje opgevroren rijp op de motorkap van een willekeurige auto. Ik hoopte dat de eigenaar dat de volgende ochtend zou lezen en er hoop uit zou putten.
Want alles kómt ook goed. Als we dat niet meer geloven, waar zijn we dan nog?
Toch, John? Toch..?’

**

Dat zeg ik hem dus allemaal níet, daar bij de deur van de school op die grijze vroege ochtend.
En dit zeg ik hem wél:

‘Nah, best wel lekker. Het is af en toe wat gedoe, hè. Maar we mogen niet klagen hoor, haha! En met jullie?’

Aanmelden nieuwsbrief


Onze locaties

Haarlem

Gonnetstraat 7
2011 KA Haarlem

Alphen aan den Rijn

Zwembad Aquarijn
Cantharel 10
2403 RA Alphen a/d Rijn

Officieel lid van:

Copyright © Trainingscentrum Helena
Volg ons