fbpx

Column Charlotte Beumer - mei 2021

Het Nieuwe Meten

Stappentellers.
Apps.
Strava.
Weegschaal.
Fitbit.

We verzamelen blijmoedig, hardnekkig of soms zelfs geobsedeerd informatie. Informatie in de vorm van getallen, cijfers, nummers.
En we zijn gestopt met voelen.

Natuurlijk overdrijf ik een klein beetje (dat is wat schrijvers doen, dramaqueens zijn we), maar toch is de drang naar meetbaarheid groot. Dat is ook niet verwonderlijk; het geeft ons structuur en houvast in tijden waarin de houvast voor velen ver te zoeken is.

Als gevolg daarvan zijn we van alles gaan betwijfelen en bevragen en willen we het vooral graag rationeel oplossen.
Zoals ik het zie: je brein is prima om je lijf te besturen (als ik vind dat mijn linkerarm nu omhoog moet dan lukt dat) maar verder moet het zich er eigenlijk buiten houden. Dat brein werkt namelijk maar al te vaak contraproductief.
Voorbeeld: als ik op de mat sta in de Groene Hel en ik ga nadenken over mijn counter-set, dan stok ik en dan gaat het mis.

Plus: daar in dat brein huizen ook de stemmetjes die zeggen dat het allemaal niet goed genoeg is, dat een ander beter of leuker of mooier is dan jij, kortom; die vervelende ‘mind-chatter’, en die is vrijwel nooit gezellig en positief.

Of we wel goed genoeg zijn dat voelen we niet meer van binnenuit, dat willen we meten aan de hand van externe factoren.
Hoe voel ik me vandaag? De weegschaal bepaalt.
Had ik een productieve dag? Even op mijn stappenteller kijken.
Klopt het dat ik moe ben? Wacht, ik check mijn appje. Ah ja, inderdaad. Ik zie dat ik niet al te best geslapen heb.

Ooit stuitte ik online op een plaatje. Het was een plattegrond waarop iemands hardloop-prestaties waren weergegeven en de vorm was onmiskenbaar: de dame in kwestie had haar route fallus-vorming uitgestippeld. Met andere woorden, ze had ‘een piemel gelopen’.
Kijk, dacht ik waarderend, dát zou nou voor mij de énige reden zijn om te gaan hardlopen.

En zo vond ik mezelf afgelopen weekend terug in het lokale stadspark, hardlopend.
Of wat daarvoor door moest gaan, voor iemand die dat nog nooit in haar leven vrijwillig had gedaan.
Ene Evi vertelde me in een ontwapenend Vlaams accent dat ik moest wandelen of moest hardlopen en hoe lang, en zei dingen als: ‘En nu hup, met die sportbeentjes’.
Overbodig om te zeggen: ik wilde Evi slaan.

Aan het einde van het liedje had ik niet zozeer een fallus als wel een bord spaghetti gelopen, maar dat vond ik niet erg.
Ik heb namelijk een doel. En dat doel heet: G1-examen.
Qua kracht kom ik er wel. Qua technieken vast ook, als we weer mogen trainen.
Maar de conditie die nodig is om een minimaal drie uur durend examen af te leggen, dat is nog wel een dingetje.

Voorafgaand aan die fysieke hardlooproute heb ik nog een mentale moeten afleggen. Zo moest ik eerst ‘even’ door wat mind-chatter heen, dat zei:
-‘ik kan er vast niks van’,
- ‘van hardlopen gaat mijn lichaam stuk’,
-‘ik zie er niet uit als ik hardloop’,
- ‘ik ben een motorisch gemankeerd schaap’ en natuurlijk
- ‘het hele park lacht me uit en straks zet iemand me op Dumpert’

Het zijn geen aardige gedachten. Het zijn geen dingen die ik tegen andere mensen zou zeggen. Dus waarom zeg ik ze wel tegen mezelf? Waarom kan ik niet gewoon trots zijn op elke stap? Waarom maak ik mijn prestatie kleiner door een complimentje van anderen te pareren met: ‘ja maar het waren steeds maar twee minuutjes hoor, ofzo.’?
Nee, het waren wél! Twéé! Minuten!
En als je denkt dat dat weinig is, twee minuten, ga dan maar even lekker twee minuten in de plank-houding staan, of in een teil met kokend water zitten.

Oké, tot zover dus de mind-chatter.
Daarna ging ik ook op een ander vlak bij mezelf te rade.
Waarom doe ik dit? Wat is mijn motivatie? Vind ik het leuk, of móet ik het van mezelf?
Woorden als ‘leuk’ en ‘moeten’ passen namelijk niet in één zin.
Als het kerstdiner gezellig MOET worden, dan is het bij voorbaat al een verloren zaak.

Ik ben mezelf weer gaan voelen. Na jarenlang mijn gevoel te laten bepalen door weegschaal, appjes, metingen en gedrag van anderen, ga ik nu van mijzelf uit. En onderzoek ik de motivatie achter mijn keuzes.
Eet ik omdat ik trek heb, of is het gewoon verveling?
Beweeg ik omdat ik er zin in heb en aan een positief doel werk, of zoek ik gewoon een stok om mezelf mee te slaan?
Het is dus het soort benzine dat de fijnheid van de rit bepaalt.

Weer gaan voelen, hoe doe je dat? Nou, door meditatie bijvoorbeeld. Meditatie is niets meer of minder dan gewoon even stil worden. Even helemaal stil. Even niet meegaan met alle gedachten die zich aandienen, even niet naar gisteren of straks of volgende week of naar ‘wat-nou-áls’ of ‘stel-nou-dát’. Dat hoeft heus niet per se op een fancy kussentje, omringd door kaarsen van Himalaya-zout, dat kan gewoon onder de douche, op de bank, tijdens een wandelingetje of de afwas.

Het gaat om inchecken, stil worden en kijken wat er gebeurt. En dat klinkt makkelijker dan het is.
Ik kan me de yogalessen nog levendig herinneren. Hoe ik mezelf in houdingen manoeuvreerde en die vasthield, al trilden al mijn onwennige spieren. Hoe ik mijn discomfort ‘er liet zijn’ en ‘ernaartoe ademde’.
Daar lag voor mij helemaal de uitdaging niet. Die diende zich pas aan bij de allerlaatste oefening: op je rug liggen, dekentje over je heen, totaal ontspannen.

Liggen: check.
Dekentje: check.
Totaal ontspa-
Ennnn hatseflats, daar ging mijn brein, dat op volle snelheid gedachten, gepieker, random songteksten en vragen als ‘hoe zwaar zou mijn hoofd wegen?’ op me afvuurde als een dolgedraaide tennisballenmachine.

Want stil worden in een tijd waarin er zoveel gaande is, luisteren, zonder oordeel, dáár ligt de uitdaging.
Voelen wie je bent, wat je wil, waar je blij van wordt en waarvan juist niet, met andere woorden: die connectie aangaan, dat zijn we een beetje verleerd met z’n allen. Dat hoefden we namelijk lange tijd niet, omdat we in de buitenwereld zoveel te doen hadden.
Je weet wel, die buitenwereld die nu zo’n beetje stil ligt.

Mijn voorlopige conclusie: ik deed het niet om mezelf te straffen, dat hardlopen.
Niet omdat ik niet goed genoeg, mooi genoeg of strak genoeg was. Niet omdat ik ‘straf’ verdiende omdat ik vorige week een bord patat wegkachelde en ook niet omdat ik iets te compenseren of bewijzen had.
Twee minuten hardlopen, als je dat niet gewend bent, is graf-lang. Ik deed er vier blokjes van, die eerste keer. En ik ben trots op elke stap.
Ik wil dit want ik heb een doel: G1.
En, oké, die fallus.

Meten is weten, zeggen ze.
En ik zeg: voelen is het nieuwe meten.

Aanmelden nieuwsbrief


Onze locaties

Haarlem

Gonnetstraat 7
2011 KA Haarlem

Alphen aan den Rijn

Zwembad Aquarijn
Cantharel 10
2403 RA Alphen a/d Rijn

Officieel lid van:

Copyright © Trainingscentrum Helena
Volg ons