fbpx

Column Charlotte Beumer - oktober 2019

De Oude Jas

Ze wil niet met mij, dat is wel duidelijk. Maar waarom niet? Ik ben toch niet eng?
Of wel..?

Ik neem deel aan een oergezellige vrijdagavond-krav-maga-training en bij wijze van warming-up hebben we de opdracht gekregen om ons in tweetallen te verdelen. We moeten op onze knieën gaan zitten en vanaf daar proberen elkaar naar de grond te krijgen. Degene die het voor elkaar krijgt om de ander tien tellen met beide schouders tegen de grond te houden heeft gewonnen.
Ik kan mijn geluk niet op. Word ik blij van, dat soort spelletjes.

Waarom?

Ik had wat langer nodig om mijn scheenbeschermers aan te trekken (die flapjes door die gleufjes! Aaargh!) dus de tweetallen zijn reeds gevormd. Ik ga vast op mijn knieën zitten en bespeur ineens, aan de andere kant van de zaal, een mede-kravista die zo te zien ook nog geen partner heeft. Verheugd schuifel ik op haar af, om vervolgens vast te stellen dat zij bij mij vandaan beweegt. Even denk ik dat ze op zoek is naar een rustiger plek in de zaal, waar we wat meer ruimte hebben, maar nee.
Ze kruipt van me weg, ik kruip achter haar aan. Alsof we meedoen aan een toneelstukje.
Ze doet geenszins onaardig maar laat, weliswaar met een lach, wél doorschemeren dat ze eigenlijk niet met mij op de grond wil vechten. Ik vraag me verwonderd af waarom. Uiteindelijk doet ze het toch. En dan is de warming up klaar en gaan we technieken trainen.

Kegelen

Het zet me aan het denken, haar reactie. Haar enigszins benauwde blik. Want de echo van mijn oude zelfbeeld (push-over, pleaser, weerloos, nooit een bedreiging, te groot, er is teveel van mij) hangt nog ergens na te galmen in mijn systeem. Ik ben toch niet eng? Of gevaarlijk?
‘Maak gebruik van je lengte, je lijf, je kracht!’ hoor ik vaker.
Want zo groot en zo sterk vind ik mezelf helemaal niet. Totdat ik mezelf op een foto terugzie. Of per ongeluk iemand door de zaal kegel, want dat had ik écht niet zo bedoeld.
Ik heb altijd kleiner en minder willen zijn. Maar dat ben ik nu eenmaal niet.

Twilightzone

De laatste tijd merk ik dat ik in een soort Twilightzone zit. Een niemandsland tussen dat gepeste, beschadigde, niet geaccepteerde meisje en de sterke, lange, best-wel-intimiderende vrouw. Ik hang ergens tussen de pleasende Lassie en Catwoman die uithaalt wanneer ze slecht behandeld wordt. En ik weet niet zo goed wat ik er nu mee moet. Welke nou het beste voelt.
Het voelt raar. Het voelt gek. De oude jas past me niet meer, de nieuwe past me nog niet.

Opnaaien voor beginners

Die Twilightzone wordt het meest voelbaar wanneer ik meedoe met Fightclub. Ik laat me opnaaien. Ik laat me boos maken. Ik laat me uit mijn tent lokken. Keer op keer ren ik weer op mijn tegenstander af, zijn ruimte in, het gevecht in, laat hem de regels bepalen, incasseer klappen en trappen, deel zelf op goed geluk wat uit, schrik me rot als het raak is en zeg dan direct ‘sorry!’.

IJsbeentje

Ik sta tegenover Stephan en trap hem op zijn bovenbeen. Ik zie zijn gezicht vertrekken.
‘IJsbeentje,’ brengt hij uit. Ik kijk verbaasd: dat kan nooit van mijn trap zijn. En inderdaad, iemand anders had hem te pakken gehad.
Ineens spreekt daar een evil stemmetje. Een duiveltje. En dat duiveltje zegt: “Hij heeft een ijsbeentje. Pak hem daar. Toe dan.”
En voor ik het weet heb ik hem meerdere keren gericht op zijn pijnlijke been getrapt.

Blender

Ik zag de ruimte, de zwakke plek. En daar heb ik gebruik van gemaakt. Ergens, heel ver weg, ben ik trots. Ik heb van me afgebeten. En ergens voel ik me rot. Want ik deed hem pijn. Expres. En ergens schaam ik me ook wel een beetje.
Die blender vol gevoelens neem ik na de training mee naar huis. Het wordt een rare smoothie, die nog lang rond zal klotsen.

Trots

‘Je bent te lief, je bent te aardig, trap eens door, choke eens hard, sla eens voluit’, strookt nu niet bepaald met iemand doelbewust schoppen op een plek die toch al pijn deed.
Een weekje later heb ik er een gesprekje over met Stephan. Hij geeft aan dat het weliswaar oncomfortabel was, maar dat hij ook een zekere trots voelde. ‘Want,’ zegt hij, ‘dat had je een jaar geleden niet gedaan.’

Flashforward…

… naar een week later, weer bij Fightclub. Het wil niet, die avond. Ik zit er niet lekker in, krijg klappen en deel ze maar nauwelijks uit. Opnieuw tref ik Stephan die me naar believen door de zaal dirigeert. Ik voel me als een balletje in een flipperkast. Ik uit een vloek of twee en vraag me, hardop lispelend door mijn bitje, gefrustreerd af waarom het niet gaat.
‘Omdat je me geen pijn wil doen. Omdat je je schuldig voelt over vorige week. Omdat je te aardig bent,’ spreekt Stephan de Wijze Eik tussen het vechten door.
Soms raken woorden harder dan vuisten. En da’s nu het geval.

Hoofd-en-hart-dingen

In theorie wil ik een koprol maken (want dat staat nu eenmaal in het curriculum) maar in de praktijk ergens toch niet (want dan voel ik me raar en awkward en alsof ik op dagje uit ben met mijn Paviljoen).
In theorie wil ik een gevecht winnen en dus mijzelf op de eerste plek zetten in plaats van de ander (want da’s een voorwaarde om überhaupt te kunnen winnen), maar in de praktijk ergens toch niet (want het welzijn van een ander is belangrijker).
In theorie wil ik die trap geven en er dwárs doorheen gaan (mezelf verdedigen to the max), maar in de praktijk ergens toch niet (want stel dat ik de ander pijn doe?).

In theorie vind ik het heel oké dat niet iedereen me aardig vindt, of leuk. Maar in de praktijk weet ik dat ergens nog zo net niet. Misschien is die strijd nog wel heviger dan welke sparringsronde dan ook. En vermoeiender, vooral.

Appje

Enkele weken geleden, nadat ik ook al over dit thema schreef, ontving ik een appje van een vriendin en mede-kravista. Het bericht luidde:

‘Overigens heb ik ook ooit iemand horen zeggen: “O ja, Fightclub. Dat doet Charlotte ook. Ja. Die vind ik een beetje eng.” Dussss… er zijn tegenwoordig mensen die je niet te lief vinden. PS dat is dus een compliment.’

Ik moest lachen, om dat berichtje. Ik werd ook wel een beetje trots. En ik kreeg er een beetje buikpijn van. In theorie vind ik het inmiddels misschien wel oké om stoer of zelfs een beetje eng gevonden te worden. Maar in de praktijk…
Daar was ‘ie weer, die blender vol. Die nieuwe en die oude jas.
Misschien moet ik die oude maar eens weggooien. 

Over Charlotte:

Ik ben Charlotte, 38 jaar oud en moeder van Teddy (7jr.) en James (4jr.). Samen met onze geschifte kater Titus wonen we in Haarlem. Ik ben een taalkleier, een woordvormer, een copywriter en een verhalenfan. Ik schrijf, dus ik besta. Strijken vind ik stom en koken een uitdaging. Dagelijks doe ik fanatiek aan peuterzeulen en kleutersjouwen en daarnaast is Krav Maga mijn lievelings.

Ik schreef en publiceerde twee boeken: ‘Zwanger, the true story’ en ‘Supermama’s, the true story’. And there’s more where that came from. Dus hou me in de gaten.

Wil je meer weten over Charlotte’s werk? https://treffendcommunicatie.nl/

Aanmelden nieuwsbrief


Onze locaties

Haarlem

Gonnetstraat 7
2011 KA Haarlem

Alphen aan den Rijn

H. Dunantweg 1
2402 NM Alphen aan den Rijn

Officieel lid van:

Copyright © Trainingscentrum Helena
Volg ons